Ga naar pagina inhoud

Fysieke gezondheid

Heupdysplasie

Als je baby ongeveer een maand oud is, onderzoekt de jeugdarts of de verpleegkundig specialist de heupen van je baby. Er wordt gekeken of er misschien een probleem is met de ontwikkeling van de heupen van je baby (heupdysplasie). Dat komt voor bij ongeveer drie procent van alle baby's tussen nul en een half jaar. Soms ontstaat heupdysplasie tijdens de zwangerschap, maar het kan ook later ontstaan tijdens de baby- en peutertijd. Daarom onderzoekt de jeugdarts of de verpleegkundig specialist regelmatig de heupen van je kind.

Wat is heupdysplasie?

Als je kind heupdysplasie heeft, dan is er een probleem in de ontwikkeling van de heup.

Een heupgewricht bestaat uit een kop en een kom. De heupkop zit bovenaan het been van je kind. De heupkom is een holte in het bekkenbot. Als het goed is, dan passen de kop en de kom mooi in elkaar. Zo kan je kind zich gemakkelijk bewegen en kan het gaan kruipen en lopen. Als je kind heupdysplasie heeft, dan passen de kop en de kom niet goed in elkaar. Je kunt dat zien in onderstaande tekeningen. Bij afbeelding A zie je een normale heup. Afbeelding B, C en D laten heupdysplasie zien.

Heupdysplasie
Bron: NCJ
Kom en kop van de heup horen in elkaar te passen zoals op plaatje A. Op plaatje B, C en D zijn steeds ernstigere vormen van heupdysplasie te zien.
Kom en kop van de heup horen in elkaar te passen zoals op plaatje A. Op plaatje B, C en D zijn steeds ernstigere vormen van heupdysplasie te zien.

Heupdysplasie is niet pijnlijk voor je baby. Maar als het niet wordt behandeld, kunnen er problemen ontstaat bij het lopen en krijgt je kind misschien pijnklachten. Ook kan heupdysplasie op (jong)volwassen leeftijd tot slijtage (artrose) leiden. Het is heel belangrijk dat heupdysplasie op tijd ontdekt en behandeld wordt. Daarom herhaalt de jeugdarts of de verpleegkundig specialist het onderzoek regelmatig.

Wanneer is de kans op heupdysplasie groter?

Heupdysplasie komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Het is nog niet bekend wat de oorzaak is. Het is wel bekend dat de kans op heupdysplasie groter is:

  • als een ouder, broer of zus, grootouder, tante of oom heupdysplasie heeft;
  • als een ouder, grootouder, tante of oom slijtage (artrose) aan de heup heeft vóór de 50e verjaardag;
  • als je baby in de laatste twee maanden van de zwangerschap in stuitligging lag (met de billen naar beneden in plaats van met het hoofd);
  • als het onderlichaam van je baby strak wordt ingebakerd, met de heupen en knieën gestrekt.

In deze gevallen verwijst de jeugdarts je kind op de leeftijd van drie maanden door voor een echo. Als je kind ouder is dan zes maanden, dan wordt er meestal een röntgenfoto gemaakt.

Onderzoek en behandeling van heupdysplasie

Hoe eerder de heupdysplasie wordt ontdekt, hoe beter. Als het nodig is, verwijst de jeugdarts je door voor een echo of naar de kinderorthopeed. Als je kind heupdysplasie heeft, begint de behandeling als je baby tussen drie en zes maanden oud is. Als je zelf iets aan de heupen van je kind opmerkt, dan is het goed om dat te melden. Bij vragen kun je altijd terecht bij de Jeugdgezondheidszorg.

Spreidbroek

Het kan zijn dat je kind als behandeling een spreidbroek moet dragen. Door de spreidbroek komt de heupkop goed in de heupkom te staan. Zo kan het heupgewricht zich goed ontwikkelen. Dit doet geen pijn. Meestal duurt deze behandeling een aantal maanden. De kinderorthopeed kan je alles vertellen over de behandeling.